In gesprek met 2 leraren en 2 onderwijsassistenten SBO
Binnen drie jaar geeft een bevoegde leraar les aan vijftig leerlingen, verdeeld over drie leerjaren. Deze leraar wordt per groep van vijftig leerlingen ondersteund door drie onderwijsassistenten. Eén per leerjaar.
– Vijftig leerlingen? Hoe gaan ze dat doen? Gaan op alle scholen alle muren eruit? Gaan ze alle lokalen aanpassen? We werken in het speciaal onderwijs soms met een dubbele klas. We delen de groepen niet graag op. We sturen leerlingen niet graag naar huis. Dan schuiven we de wand tussen twee lokalen open. Je weet vooraf dat het aankomt op rust. Alleen met rust kunnen leerlingen werken.
Een open school is chaos
– In een groot lokaal is rust nodig. Daarom hebben we mobiele tussenwanden. En we hebben in twee groepen verrijdbare digiborden. Die heb je dan nodig. Wil je het goed doen, dan moet je het goed inrichten.
– Het onderwijs moet verder. Je kunt niet traditioneel blijven werken. Maar aan vijftig leerlingen instructie geven? Dat werkt niet. Dan zou je een open school nastreven, met andere woorden: een chaos.
– Wij werken als leraren prettig samen met twee ervaren en gemotiveerde onderwijsassistenten. Als leraar en onderwijsassistent moet je het eens zijn over de benadering van je groep. Dit samenwerken is deels aan te leren. Het is deels ook aanvoelen. Het is een klik die je samen hebt.
Nu gaat het nog
– Als dat niet werkt moet je overschakelen naar iemand anders. Nu gaat dat nog. Je kunt nu nog afstemmen en bijsturen. Kiezen is nog mogelijk. Als de schaarste groter is, gaat dat niet meer. Dan is het in de eerste plaats belangrijk om onderwijsassistenten te koppelen aan een vaste groep. Het is nodig om een band met de leerlingen op te bouwen. De klik met de groep moet er zijn.
– Ook zou je een 0,8 fte aanstelling de uren van een onderwijsassistent niet moeten versnipperen over vijf werkdagen. Je wil als leraar en onderwijsassistent met elkaar een doorgaande lijn ontwikkelen. Daar moet je de tijd voor krijgen. Voor onze samenwerking hoort erkenning en waardering te bestaan. Een werkgever zou niet met mensen mogen schuiven, alsof de persoon er niet toe doet. Het is inmiddels een goede gewoonte op onze school om de invulling van de uren en het belang van de leerlingen zorgvuldig af te wegen en met de betrokken medewerker te bespreken.
Omdat het geld er niet was
– Er zijn jaren geweest dat de onderwijsassistenten voor hun werk tot 13.00 uur betaald werden, en daarna langer doorwerkten. Onbetaald. Omdat doorwerken normaal was. Omdat je werk leuk was. Omdat je er toch zeker zelf bij was. Omdat je van het bestuur te horen kreeg dat het geld er niet was om extra uren uit te betalen.
– Ik heb heel bewust voor het vak onderwijsassistent gekozen. Ik wil graag zelf mijn kinderen van school kunnen halen. En dat kan want ik heb goede afspraken over mijn werktijden. Als ik langer blijf dan is dat omdat ik er zelf voor kies.
– We staan als gelijken voor de groep, maar als leraar neem je je onderwijsassistenten in bescherming tegen overbelasting. Ik ben zelf als onderwijsassistent begonnen. Die functie werd toen gezien als een luxe. Wel kreeg ik van de leraar de leerlingen doorgeschoven die op het vlak van leren of gedrag de meeste problemen hadden. Dat had ik snel door. Dus ging ik naar de Pabo.
Een directeur die doorpakt
– De moeilijkste leerlingen in de groep zijn mijn verantwoordelijkheid. Die zal ik niet afschuiven. Ik ben mijn eerste ervaringen niet vergeten. Ik stel vast dat je moet blijven bewaken dat bevoegden hun verantwoordelijkheid nemen. Want nog niet alle collega’s redeneren zo. Bijvoorbeeld leraren, leraarondersteuners of assistenten die nieuw zijn. Die hebben hun inbreng nog niet goed op elkaar afgestemd, want daar is tijd voor nodig.
– Gelukkig hebben we een directeur die knelpunten herkent, die de betrokkenen aanspreekt, er bij hen op terugkomt en in het belang van de leerlingen doorpakt. Ook bij het bestuur komt hij goed voor onze belangen op. Dit werk in het speciaal onderwijs moet je samen doen.
– Onze onderwijsassistenten stellen ons in staat om de leerlingen het onderwijs en de aandacht te geven die ze verdienen. Bovendien is er wel eens zo’n moment dat je een leerling wel achter het behang zou willen plakken. Dan is het prettig samen dat je onderwijsassistent dat herkent, je aanvult en je even op adem laat komen zodat je daarna weer ontspannen verder te werken.
Samen, naast elkaar
– Ook onze gesprekken zijn gelijkwaardig. Op een SBO school is pedagogiek de basis. De manier waarop we op leerlingen inspelen en met ze omgaan, gaat vooraf aan de didactiek. In de onderbouw werk je zonder klok. Zonder klassikale instructie. We vormen samen de groep, zoals je met elkaar optrekt in een gezin. Je werkt samen, met hart voor de leerlingen, in hetzelfde lokaal, naast elkaar.
– Daar hoort bij dat je als leraar voor je onderwijsassistent de werkzaamheden van de volgende dag gedetailleerd voorbereid. Dat doe ik iedere avond voor de volgende schooldag. Ik weet waar mijn collega sterk in is, waar ze graag mee bezig is. Ik weet wat ze wil ontwikkelen. We spreken er samen over. In het begin kost dat veel tijd, maar het levert uiteindelijk heel veel op.
Zomaar zeven effectieve minuten kwijt
– Als onderwijsassistent moet je de hele dag door als het ware de klok met je meenemen. Je hebt een kwartier voor dit, een kwartier voor dat. Een kwartier om een leerling te helpen met lezen. Daarvoor moet ik de rust opzoeken want ik wil dat mijn werk zin heeft. Dus zoek ik een stille ruimte om in te lezen. Liefst direct buiten ons lokaal. Soms is het daar onrustig en dan loop ik met de leerling het hele gebouw door op zoek naar een geschikt ruimte. Dat wil ik eigenlijk niet. Je bent zomaar zeven effectieve minuten kwijt.
– Volgend jaar gaan we aan de slag met een pilot van groep 1 tot en met 3. Als leraar heb je dan te maken met een leraarondersteuner, twee onderwijsassistenten plus – op uurbasis – een logopedist en een gymleraar.
Klein, zelfsturend team
– We kunnen dan meer op maat werken. Als een klein zelfsturend team. Daarvoor heb je verschillende werkruimten nodig, vlakbij je klaslokaal. Misschien gaan we, als dat voor leerlingen beter werkt, ook niet meer allemaal tegelijk naar buiten. Er is een goede regie nodig. Het vergt een hele goede planning.
– We moeten de rust blijven zoeken. Het hoeft niet binnen een jaar goed voor elkaar te zijn. Want als er geen rust is, werkt het nog niet. Als het dan eenmaal loopt, dan loopt het. Het blijft belangrijk te werken vanuit ieders bevoegdheden. De eindverantwoordelijkheid hoort bij bevoegde leraren te blijven.
Kun je dit werk leren, binnen een jaar?
– Het is een reëel gevaar dat onderwijsassistenten met te grote verantwoordelijkheden worden opgezadeld. Een ander gevaar is dat besturen eerder zullen kiezen voor vijf dagen een leraar-ondersteuner dan voor drie dagen een vakbekwame, bevoegde leraar. De kans bestaat dat je daar gerommel mee krijgt. De opleiding tot leraarondersteuner, een functie waarin je meer mag en kunt dan een onderwijsassistent, duurt maar een jaar. Online kan het in negen maanden. Kun je in die korte tijd hart-voor-je- werk krijgen? Dringt tijdens die korte cursus tot je door dat je in je eigen tijd over grote vraagstukken moet doordenken tot je een oplossing hebt?
– Een opleiding op papier bezitten is één ding, maar je moet het werk na je opleiding ook snappen. Je moet het ook kunnen. Er moeten goede regels komen. Een scherpe afbakening van bevoegdheden en verantwoordelijkheden. We hebben een taakbeleid op papier, al is dat niet echt een ‘levend document’. We vinden het wel belangrijk dat straks in nieuwe beleid ervaring wordt meegewogen.
Op donderdag weer even wennen
– Op deze SBO school moet je na het weekend je groep weer helpen op gang te komen om ze lekker te laten leren. Wanneer op donderdag en vrijdag je duo-collega de groep overneemt is al sprake van ‘weer even wennen’.
– In het SBO hebben leerlingen vaak last van wisselende gezichten. De spanning hangt in de lucht: Wie straks? Wie morgen? Over roosterplanning moet je dus goed nadenken.
– Die gevoeligheid bij leerlingen maakt dat ik bij het opstaan wel eens denk: Ik voel me niet goed vandaag. Ben ik ziek of ben ik net-niet ziek. En dan denk ik, ik ben net-niet ziek en ga naar school om de rust te brengen die een ervaren leraar nu eenmaal meeneemt. Erg effectief zal zo’n dag op school niet zijn, maar met je onderwijsassistent bied je de rust en zekerheid die de groep nodig heeft.
Ten koste van jezelf?
– Leerlingen moeten naar school kunnen. Daar kiezen we voor. En inderdaad: Zo redeneren kan ten koste van jezelf gaan. Tijdens de corona- epidemie gingen we uit van de verantwoordelijkheden die ouders hadden: Dat die naar hun werk moesten kunnen. We werkten liever op school dan het klagen van ouders te moeten aanhoren.
– We doen het anders dan menige basisschool. Als sommige scholen geen invallers hebben: Dagje vrij voor de leerlingen. Is juf ziek: Dagje vrij. Wij werken liever door. Zit het in ons? In onze karakters? We steunen elkaar. We bouwen op elkaar.
– En wat ze daar thuis precies van vinden? Soms zeggen ze: Mam, je bent hartstikke gek.