06 24 258 248 bobmaassneek@gmail.com
Selecteer een pagina

In gesprek met twee onderwijsbestuurders PO

Binnen drie jaar geeft een bevoegde leraar – in Groningen, Limburg, Zeeland – les aan vijftig leerlingen, verdeeld over drie leerjaren. Deze leraar wordt per groep van vijftig leerlingen ondersteund door drie onderwijsassistenten. Eén per leerjaar.

– Ja. Dit klopt. Heb je trouwens niet alleen in Groningen, Zeeland en Limburg, ook in Amsterdam. Het speelt overal. Hier ook. Bij ons moet je overigens niet lesgeven, zoals jij het stelt; je wilt lesgeven. Onze mensen willen dat.

– We kennen naast de functie onderwijsassistent ook de functie leraar-ondersteuner. Die functie is in opkomst. In de CAO heeft ondersteuner een lagere functie, een niveau onder de leraar, maar functioneert, met een tweejarige hbo opleiding, boven de assistent.

– De onderwijsassistent kan doorgroeien naar de functie van leraar-ondersteuner. Voor sommigen is dat een mooi perspectief. Ze ervaren dat als een erkenning en als waardering voor hun betekenis binnen de school.

We willen een aantrekkelijke werkgever zijn

– Leraar en onderwijsassistent kunnen samen een tandem vormen. Het valt ons daarbij op dat niet iedere leraar soepel met zijn of haar assistent kan samenwerken. Sommige leraren hebben moeite taken over te laten aan een ander. Daar is vertrouwen voor nodig. Sommige collega’s hebben liever veertig, nou ja, dertig leerlingen voor zichzelf. Een onderwijsassistent? Dat liever niet!

– De meeste  van onze onderwijsassistenten willen geen leerkracht worden: ze willen de eindverantwoordelijkheid niet. Al hebben ze de vaardigheden van een leerkracht, met pabo-diploma, ze willen het gewicht van de functie niet dragen.

– Af en toe heeft een onderwijsassistent een te laag niveau. Als dat zo is, heb je daar meer last dan gemak van. Leraren willen ondersteuning op zodanig niveau, dat ze extra aandacht kunnen geven aan leerlingen die dat nodig hebben. Ze willen prettig kunnen werken. Dat is logisch.

– We zien dat naarmate onderwijsassistenten meer waardering krijgen, ze beter gaat functioneren.

– We nemen ook beloftevolle mensen aan zonder MBO opleiding voor onderwijsassistent. Er werken onderwijsassistenten met een Cios, Pabo en Pedagogiek diploma op onze scholen. We zetten in op verbondenheid op lange termijn. We willen al onze ondersteuners en onderwijsassistenten behouden. We willen iedereen graag behouden. En dat gaat ons goed af.

– We hebben geen tekort aan schoolleiders of leraren.  Tot nu toe redden we het vaak ook met de invallers. We krijgen ook assistenten aanbevolen. Er zijn er ook die zichzelf aanbieden. Soms willen we die niet. Ondanks goede referenties. Omdat het niet goed voelt tijdens de kennismaking. Wat dat precies is? Dat weet je niet. Als je een rotte collega aanneemt heeft dat een grote impact, op ieder team. Dan krijg je gedoe. We zetten ons gevoel ook wel eens opzij. Dan gaan we toch met iemand in zee, om later vast te stellen dat we beter ons gevoel hadden moeten volgen. We leren er van. Bij twijfel gewoon niet aannemen!

– We willen een aantrekkelijke werkgever zijn. Daar zetten we op in. We willen zo lang mogelijk onderwijs aanbieden met voor de klas bevoegde leraren. En een ondersteuner of onderwijsassistent waar dat nodig is. Omdat ons beleid hierover helder is, komen mensen ongevraagd naar ons toe.

Wie het gesprek niet aangaat, uit zich in gedrag: zuchten, roddelen, met ogen rollen

– We zijn bestuurders. We moeten vooruitkijken. We moeten niet te veel bezig zijn met de waan van de dag. We hebben het druk. Het is moeilijk om tijd vrij te maken en rustig vooruit te kijken hoe het over vier jaar zal zijn. Neem dit gesprek dat we met je hebben. Dat kan eigenlijk niet. We hebben het te druk. Maar staat het eenmaal in onze agenda dan gaat het gesprek door. Het is nuttig voor jou, maar ook zinvol voor ons. Misschien was het goed geweest als we een schoolleider bij dit gesprek hadden uitgenodigd …

– Om weer terug te komen op onderwijsassistenten … We kijken met welke houding ze hun vak benaderen. Gaan ze voor de lange vakantie? Of voor een mooie vakantie maar ook voor de omgang met collega’s en leuke contacten met kinderen; zoals ze al jaren doen bij een vereniging in hun dorp, of bij hun sportclub.

– Tot nu toe praten we over onderwijsassistent en leraar alsof ze aan elkaar gekoppeld zijn. In deze relatie zie we soms problemen ontstaan rond hoge verwachtingen. Een leerkracht kan zich aan een onderwijsassistent ergeren omdat deze iets niet weet, iets niet ziet, niet signaleert, niet herkent, terwijl dat voor de leraar zelf juist overduidelijk is.

Oog op ontwikkeling en werkplezier

– De oplossing is eenvoudig: het voeren van goede gesprekken. Neem je als leerkracht je assistent mee? Help hem of haar beter te worden en de juiste stappen te zetten. Praat er samen over. Iedereen kan groeien. Leraren die dat gesprek uit de weg gaan, die zich niet uitspreken, gaan zich uiten in gedrag: klagen, gedogen, zuchten, wegkijken, met de ogen rollen, negeren, roddelen. Dat zien we gebeuren.

– Het risico daarop wordt kleiner als een onderwijsassistent wordt ingezet in meerdere groepen. Dan zal het oplopen van ergernis en het wegkijken minder snel voorkomen. De vraag is dan: wie voert de gesprekken die de onderwijsassistent nodig heeft? Bij ons is dat de directeur. Die neemt de onderwijsassistenten onder zijn of haar vleugels. En houdt hun ontwikkeling en werkplezier in het oog.

Je houdt ons een vraagstuk voor: Hoe hou je met goed personeelsbeleid de onderwijskwaliteit op niveau? We spreken er in onze Stichting al lang over. Met schoolleiders en leraren. Ze moeten zien wat er aan komt in een tijd van schaarste. Wij willen weten wat hen motiveert.

– We weten inmiddels dat onze medewerkers meer willen dan een gezellige sfeer en appelgebak. Ze willen de ervaring hebben dat ze groeien; ze willen zich als leraar, schoolleider, onderwijsassistent blijven ontwikkelen. Daar zijn we van overtuigd. Dus daar zetten we op in.

– We zijn bezig met opleiden in school. We maken plannen om leraren in opleiding vast te houden. We willen bereiken dat ze voor ons kiezen. Als we dat goed doen, dan versterkt dat ons beleid. En ook onze uitstraling in de regio.

We stellen vragen. We geven antwoorden

– Misschien gaan we dit ook doen met de onderwijsassistenten. Opleiden binnen school. Degene die goed is in ondersteuning bij taalinstructie kun je nog beter laten worden, degene die goed is bij rekeninstructie ook.

– De inzet van een onderwijsassistent verschilt per bouw. In de onderbouw is de assistent vaak aanwezig in de groep. In de bovenbouw ook regelmatig buiten de groep. Soms op aanbeveling van de intern begeleider. Als het om een tijdelijke klassenverkleining gaat, bijvoorbeeld. In de bovenbouw komt het voor dat de onderwijsassistent in de groep blijft, zodat de leraar met een groepje buiten de klas kan werken. Dat zien we ook.

– We hadden ook een school waar een onderwijsassistent 1 op 1 met een leerling werkte. De hele dag. In de klas. Omdat het voor de leerkracht anders niet mogelijk was om met de groep te werken.

– Voor zo’n intensief traject kiezen we omdat we willen dat ook in die groep de leerkracht prettig kan werken. Al onze mensen moeten prettig kunnen werken. Juist dankzij de inzet van deze onderwijsassistent hebben we de leerkracht voor de school en de Stichting behouden. Ze had al elders gesolliciteerd. We hebben samen met haar enkele gesprekken gehad, een plan gemaakt en uitgevoerd.

– De school heeft dit gedaan in overleg met de ouders. Aangegeven werd dat de extra inzet tijdelijk zou zijn en dat zij, de ouders, ook in actie moesten komen. Dat hebben ze gedaan. En het was niet eenvoudig voor ze. Mede door goed afgestemde medicatie voelt de leerling zich beter op school en in de groep. Door deze ontwikkeling is de onderwijsassistent in de klas nu weer breder inzetbaar.

Steunen, uitdagen, coachen, inzetten op talent

– Zolang ze nog een kans zien, sturen onze schoolleiders een leerling niet zomaar weg. Als bestuurders, op onze beurt, sturen we ook niet zomaar een leraar weg waarvan de schoolleider zegt dat deze niet voldoet. Zo’n opmerking hoorden we vroeger regelmatig. Nu willen we zien dat onze schoolleiders bereid zijn iemand te accepteren die nu eens niet top of the bill is. Dat betekent dat we van hen verwachten dat ze deze collega’s steunen, uitdagen, coachen en inzetten op talent.

– Je moet hier prettig kunnen werken. Dat willen we organiseren. We voeren er in onze Stichting goede gesprekken over. Al jaren. Je moet dit soort zaken vooral samen overdenken. Wij zijn geen bestuurders op afstand. We zijn geen bestuurders op hoofdlijnen. Zo handelen we niet. We komen overal. We spreken met iedereen. We zijn nieuwsgierig. We stellen vragen. We geven antwoorden.

– Willen mensen uit onze Raad van Toezicht rondkijken op scholen? Dat is geen probleem. Ook op de scholen niet. Je moet met je mensen praten. Je moet ze kennen.

– We werken niet met een papieren visie/missie document. Wat we op papier zetten hebben we met elkaar bedacht. Met de hele organisatie. Iedere medewerker die ons opbelt moet zeker weten dat, als je ons om een gesprek vraagt, wij ‘ja’ zullen zeggen.